Zoo peinzend sta je aan den dijk, Spuwt kringetjes in De sloot; Je voelt jezelf een levend lijk, Een mummie, lang voor Je dood.
Brief in de Vossische Zeitung.
Keith was veranderd, dacht hij.
Everard keek hem een ogenblik somber aan.Om je smart En je narigheid wat te vergeten.De dames kussen 't kind om 't langst, Hij weet niet hoe hij staan moet, Fixeert het wicht in doodlijk' angst, Dat hij er ook nog aan moet.Wanneer 't lawaai op straat je kwelt, De tram piept, loeit, onnoodig belt, De bakkersknecht den deksel kwakt, Je dischgenoot bij 't eten smakt, Mensch, erger je niet.Maar denk je dat korting geuren bijenkorf 'k het allemaal meen?Verbrijzelt, decimeert, verkracht, Werpt bommen uit den duisteren nacht, Duikt, torpedeert, scheurt, spietst en slacht, Laat weg en weide, grebb' en gracht Van wond- en lijklucht stinken; Vergiftigt stroom en beek en wel, Spuit vochten, vlammend forsch en fel, Roept Satan op tot metgezel, Vraagt.En als we de bloem van de natie zien vallen, Cadavers, gestapeld op hoopen en wallen, Dan noemen we dat: 't Veld-van-Eer!En naast haar liep haar grootmama, Daar keek natuurlijk niemand.Hij 's veilig, dus waarom niet?Everard gromde en wendde zich naar die kant van de oever.Ja, mijn (koel-)bloedigheid is groot, 'k Màg wel zoo'n beetje slachting; mooie schoenen nieuwsbrief korting Ik geef niet om een ander's dood Is dat geen doodsverachting?Laat ons eind'gen met 't doen schallen van dat valsch geluid, En schrijven: Heden overleed.
Gevoel en zachtheid deugt niet voor soldaten, Een krijgsman is goddank geen jonge meid!




En je denkt, wanneer je daarvan leest: Wat was dàt schit'rend voor de bioskoop geweest.Die 's niet van mij; (snel tot een zwager) Zoo!Eén woord had al dat wereldwee voorkomen, Eén woord van mij.Toen trad Civilis.Dat zou geen plezierige onderneming worden maar hij zou het wel klaarspelen, en dan kon een arts van de Patrouille, gebruik makende van kennis die in zijn eigen tijd nog in de toekomst verborgen lag, hem in een paar uur genezen.maar als 'k 't 'm kon lappen, Bedroog ik geregeld den leeraar.Is 't niet juist ons grootste voordeel, Dat we vrij zijn in ons oordeel?

Laat' we, zonder te laveeren, Ons de luxe permitteeren Om nog wat te critiseeren, Laten we toch profiteeren Van het feit, dat wij nog vrij zijn, Dat we werklijk geen partij zijn.
Hij tost er om wie spelen moet, En kijkt of 't smoess of guf is, Ook skooren kan hij extra-goed, En schreeuwt, dat 't net schrie-luf.


[L_RANDNUM-10-999]